Financieel verslag
Tarieven en toezicht
In de Loodsenwet is bepaald dat de ACM de loodsgeldtarieven vaststelt voor de schepen die de Nederlandse havens aandoen. Op basis van een voorstel van het Loodswezen stelt de ACM vóór 1 januari van ieder jaar deze tarieven vast. Na deze tariefvaststelling zijn de risico’s van onvoorziene kosten en/of een minder dan vooraf voor het jaar ingeschat aantal geloodste scheepsreizen geheel voor de registerloodsen.
De twee belangrijkste elementen van het tariefvoorstel zijn de begrote kosten en het aantal te verwachten te loodsen scheepsreizen, exclusief de dienstverlening aan de Vlaamse Scheldehavens. Voorafgaand aan het indienen van dit tariefvoorstel bij de ACM vindt er een consultatie plaats met vertegenwoordigers van bij ministeriële regeling aangewezen openbare lichamen betrokken bij het bestuur van een of meer zeehavens en representatieve organisaties van ondernemers in het scheepvaart- en havenbedrijf. Zij worden in de gelegenheid gesteld hun zienswijze op het voorstel kenbaar te maken.
In het Tariefvoorstel 2026 is uitgegaan van de reizenraming van Ecorys van september 2025. Bij de raming is verder rekening gehouden met een impact van de economische ontwikkelingen op basis van het basisscenario van het CPB van september 2025. Op basis van het tariefvoorstel heeft de ACM het loodsgeldtarief voor 2026 vastgesteld op plus 8,25%. De raming van 86.772 reizen is de meest waarschijnlijke uitkomst van het model als middenwaarde van de verschillende scenario’s.
Resultaten 2025
In de onderstaande tabel is een vergelijking opgenomen tussen het werkelijke resultaat en het begrote resultaat over 2025.
|
(in duizenden EUR) |
Begroot |
Werkelijk |
Verschil |
|
2025 |
2025 |
2025 |
|
|
Opbrengsten |
|||
|
Loodsgelden |
260.843 |
257.370 |
-3.473 |
|
Andere tarieven |
171 |
162 |
-9 |
|
Overige inkomsten |
463 |
390 |
-73 |
|
Opbrengsten exploitatierekening |
261.477 |
257.922 |
-3.555 |
|
Kosten |
|||
|
Arbeidsvergoeding loodsen |
117.435 |
117.405 |
-30 |
|
Beloodsen en plannen |
93.936 |
91.205 |
-2.731 |
|
Overige regionale kosten |
14.599 |
13.799 |
-800 |
|
Overige landelijke kosten |
21.629 |
20.444 |
-1.185 |
|
Publiekrechtelijke beroepsorganisatie |
8.277 |
7.205 |
-1.072 |
|
Vermogensvergoeding |
5.601 |
5.097 |
-504 |
|
Totaal kosten |
261.477 |
255.155 |
-6.322 |
|
Exploitatieresultaat |
0 |
2.767 |
2.767 |
Opbrengsten
De totale opbrengsten liggen ten opzichte van de begroting € 3,6 miljoen (1,4%) lager. De totaal bruto in rekening gebrachte opbrengsten bedragen € 262,9 miljoen ten opzichte van € 268,6 miljoen in de begroting. De in rekening gebrachte omzet bestaat voor € 225,3 miljoen (begroting: € 228,9 miljoen) uit omzet naar Nederlandse wethavens en voor € 37,6 miljoen (begroting: € 39,6 miljoen) naar Vlaamse Scheldehavens.
Na aftrek van frequentie en incassokorting is de netto omzet 2025 naar de Nederlandse havens € 211,1 miljoen versus € 211,0 miljoen in de begroting. In percentage is de werkelijke korting 2025 6,3%, versus 6,9% begroot en 6,9% in 2024. De totale opbrengsten van de dienstverlening naar de Vlaamse Scheldehavens, inclusief de inkomsten uit overeenkomst Vlaams Gewest ad € 2,3 bedragen € 37,6 miljoen versus € 39,6 miljoen in de begroting.
De verrekening andere boekjaren kwam lager uit dan begroot, omdat hierin de verrekening (terugbetaling) investeringen over 2025 ad € 1,9 miljoen is begrepen die niet begroot was.
Kosten
De arbeidsvergoeding loodsen is € 30.000 lager dan begroot. De vergoeding voor de directe loodsuren is lager dan begroot, doordat het aantal gerealiseerde reizen lager ligt dan begroot (-2,3%). Daarnaast zijn de IPL-uren voor o.a. R&D onderzoek en opleidingen hoger dan begroot.
De lagere kosten voor beloodsen en plannen worden grotendeels veroorzaakt door de lagere kosten voor vaartuigen door een daling van de onderhoudskosten en kosten voor brandstof.
De landelijke kosten zijn lager dan begroot door lagere landelijke ICT kosten door lagere afschrijvingen die in de komende tarieven verrekend zullen worden.
De kosten personeel wal zijn hoger dan in de begroting doordat met name de kosten voor de inzet van inhuurkrachten hoger zijn uitgevallen dan begroot.
De huisvestingskosten zijn achtergebleven op de begroting door lagere afschrijvingskosten voor inrichting gebouwen en installaties, en lagere schoonmaakkosten en onderhoudskosten gebouwen.
De overige bedrijfskosten zijn lager dan begroot uitgevallen. Met name de kosten voor de projecten innovatie en de juridische en overige advieskosten zijn achtergebleven op de begroting.
De kosten publiekrechtelijke organisaties zijn lager door lagere opleidingskosten loodsen.
De vermogensvergoeding is € 0,4 miljoen lager dan geraamd, doordat er in 2025 minder investeringen zijn gedaan dan geraamd. Hierdoor is de gemiddelde capital base lager dan geraamd.
Financiële positie
De financiële positie op lange termijn
In het verleden hebben de loodsen in het kader van de investeringen in de vloot en de gewenste solvabiliteitspositie ingestemd met het verhogen van het kapitaal per loods tot € 100.000 in 2015. Daarbij is uitgegaan van een loodsenformatie van 450 loodsen. Hierdoor beschikt het Loodswezen over een lange termijn eigen vermogen van circa € 45 miljoen.
Voor de financiering van de bestaande vloot zijn voorts langlopende leningen aangetrokken, waarvan de looptijden overeenkomen met de economische levensduur. Hierdoor is de financiering daarvan gedurende deze periode gewaarborgd. Het renterisico op deze leningen is afgedekt via rentederivaten (ultimo 2025 en 2024 in alle gevallen via renteswaps). De omvang en looptijden van de rentederivaten loopt exact gelijk op met de bijbehorende leningen.
Met de financiers is de afspraak gemaakt dat het eigen vermogen, bestaande uit het gemeenschappelijk vermogen lange termijn en korte termijn, minimaal 28% van het balanstotaal bedraagt. Eind 2025 ligt dit op 38,5% waarmee aan deze eis wordt voldaan. Onderstaand is een overzicht van de financiële positie over de afgelopen vijf jaar opgenomen.
Op basis van de beschikbare financiële prognose wordt verwacht dat, rekening houdende met de geplande investeringen, ook de komende jaren aan de eisen van de financiers kan worden voldaan.
|
Financiële postitie op lange termijn |
|||||||||
|
(Alle bedragen in € 1.000) |
|||||||||
|
Balans |
2025 |
2024 |
2023 |
2022 |
2021 |
||||
|
Investeringen in MVA in het betreffende boekjaar |
29.350 |
27.163 |
13.894 |
5.740 |
5.910 |
||||
|
Geïnvesteerd bedrag in MVA ultimo boekjaar |
123.002 |
107.507 |
93.713 |
92.870 |
100.135 |
||||
|
Gemeenschappelijk vermogen korte termijn |
16.291 |
11.139 |
9.271 |
13.913 |
12.539 |
||||
|
Gemeenschappelijk vermogen lange termijn |
52.167 |
51.613 |
51.582 |
51.538 |
51.623 |
||||
|
Totaal gemeenschappelijk vermogen (= Eigen vermogen) |
68.458 |
62.752 |
60.853 |
65.451 |
64.162 |
||||
|
Vaste activa |
123.435 |
107.935 |
94.123 |
93.269 |
100.518 |
||||
|
Vlottende activa |
54.617 |
50.815 |
59.555 |
66.392 |
58.400 |
||||
|
Balanstotaal |
178.052 |
158.750 |
153.678 |
159.661 |
158.918 |
||||
|
Solvabiliteit (in %) |
38,4% |
39,5% |
39,6% |
41,0% |
40,4% |
||||
|
(Eigen vermogen / Balanstotaal) |
De financiële positie op korte termijn
|
Financiële postitie op korte termijn |
|||||||||
|
(Alle bedragen in € 1.000) |
|||||||||
|
Balans |
2025 |
2024 |
2023 |
2022 |
2021 |
||||
|
Voorraden |
5.148 |
4.422 |
4.416 |
4.170 |
3.458 |
||||
|
Vorderingen en overlopende activa |
13.860 |
12.158 |
11.489 |
12.037 |
12.206 |
||||
|
Liquide middelen |
35.609 |
34.235 |
43.650 |
50.185 |
42.736 |
||||
|
Vlottende activa |
54.617 |
50.815 |
59.555 |
66.392 |
58.400 |
||||
|
Vlottende passiva |
33.948 |
34.611 |
30.971 |
29.755 |
23.815 |
||||
|
Nettowerkkapitaal |
20.669 |
16.204 |
28.584 |
36.637 |
34.585 |
||||
|
(Vlottende activa -/- vlottende passiva) |
|||||||||
|
Current ratio (verhoudingscijfer) |
1,62 |
1,47 |
1,92 |
2,23 |
2,45 |
||||
|
(Vlottende activa / vlottende passiva) |
Verwachtingen voor 2026
In onderstaande tabel is de exploitatierekening opgenomen van de diensten en taken van Nederlands Loodswezen die vallen onder artikel 27a van de Loodsenwet. Voor het jaar 2026 zijn de cijfers van het Tariefvoorstel 2026 opgenomen, waarbij ook rekening is gehouden met de opbrengsten en kosten van het Nederlandse aandeel in de Scheldevaart:
|
(in duizenden EUR) |
Begroot |
Werkelijk |
Werkelijk |
|
2026 |
2025 |
2024 |
|
|
Opbrengsten |
|||
|
Loodsgelden |
276.689 |
257.370 |
240.728 |
|
Andere tarieven |
159 |
162 |
209 |
|
Overige inkomsten |
419 |
390 |
455 |
|
Opbrengsten exploitatierekening |
277.267 |
257.922 |
241.392 |
|
Kosten |
|||
|
Arbeidsvergoeding loodsen |
121.808 |
117.405 |
110.614 |
|
Beloodsen en plannen |
96.704 |
91.205 |
89.629 |
|
Overige regionale kosten |
15.521 |
13.799 |
13.093 |
|
Overige landelijke kosten |
24.965 |
20.444 |
19.339 |
|
Publiekrechtelijke beroepsorganisatie |
8.228 |
7.205 |
7.155 |
|
Vermogensvergoeding |
10.042 |
5.097 |
4.838 |
|
Totaal kosten |
277.267 |
255.155 |
244.668 |
|
Exploitatieresultaat |
0 |
2.767 |
-3.276 |
Geloodste/ te loodsen scheepsreizen 2026-2022
Geloodste/ te loodsen scheepsreizen 2026-2022
Loodsen en medewerkers
Het aantal loodsen neemt toe van 470,51 loodsen in 2025 naar 470,3 in 2026 (in FTE). Het aantal medewerkers is voor 2026 begroot op 495,04 FTE (inclusief inhuur) (2025 487,7 FTE).
Investeringen
In onderstaande tabel zijn de cijfers van de investeringsbegroting 2026 samengevat:
|
Overzicht geraamde investeringen Loodswezen voor 2026: |
(in € 1.000) |
|||
|
A |
Vaartuigen |
|||
|
A. 1 |
Vervanging in de vloot |
|||
|
Nieuwbouw Swath-vaartuigen |
47.500 |
|||
|
A. 2 |
Diverse investeringen vaartuigen |
|||
|
Overige investeringen vaartuigen |
6.785 |
|||
|
54.285 |
||||
|
B |
Onroerend goed |
|||
|
B. 1 |
Diverse renovaties van bestaande panden |
1.141 |
||
|
Steigers en pontons |
- |
|||
|
1.141 |
||||
|
C |
Overige investeringen |
|||
|
C.1 |
Loodstechnische hulpmiddelen |
|||
|
Nautisch ondersteunende middelen |
4.130 |
|||
|
Portofoons, helipakken en reddingsvesten |
838 |
|||
|
4.968 |
||||
|
C.2 |
ICT systemen (hard- en software) |
|||
|
Wijzigingen ICT-systemen (incl. SPIL en LIS) |
5.005 |
|||
|
5.005 |
||||
|
C.3 |
Overige investeringen |
|||
|
Kantoorinventaris en installaties |
337 |
|||
|
Opleidingsmiddelen loodsen |
678 |
|||
|
1.015 |
||||
|
Totaal generaal 2026 |
66.414 |
|||
Financiering investeringen
Onderstaand overzicht geeft het verloop weer van de huidige externe langlopende financieringen.
|
Bedragen in Euro |
||||
|
Lening |
Aflossing 2025 |
Saldo 31-12-2025 |
Aflossing 2026 |
Saldo 31-12-2026 |
|
Polaris ABN / BNG |
1.100.000 |
7.700.000 |
1.100.000 |
6.600.000 |
|
Pollux ABN / BNG |
1.100.000 |
8.800.000 |
1.100.000 |
7.700.000 |
|
Procyon ABN / BNG |
1.000.000 |
9.000.000 |
1.000.000 |
8.000.000 |
|
Tenders Rabobank |
960.000 |
2.640.000 |
960.000 |
1.680.000 |
|
M-klasse tenders BNG |
720.000 |
11.880.000 |
720.000 |
11.160.000 |
|
Swaths BNG |
- |
17.437.500 |
250.000 |
17.187.500 |
|
4.880.000 |
57.457.500 |
5.130.000 |
52.327.500 |