(8) Voorzieningen

De specifcatie van de voorzieningen is als volgt:

2025

2024

(in duizenden EUR)

Groot onderhoud schepen

10.058

8.710

Voorziening egalisatieoplossing FLO

0

1.745

Voorziening nieuwe uittrederegeling continu personeel

11.404

11.701

Voorziening personeelsbeloning

922

948

Voorziening kantoorregeling

601

550

Voorziening langdurig zieken

86

106

Stand per 31 december

23.071

23.760

Voorziening groot onderhoud schepen

Dit betreft een voorziening voor het egaliseren van de kosten van het periodiek groot onderhoud van schepen en revisies van motoren. De dotaties aan de voorziening zijn opgebouwd op basis van een planning voor ieder vaartuig, waarbij eenmaal per twee jaar een kleine dokbeurt plaatsvindt en eenmaal per vijf jaar een grote dokbeurt. De geschatte bedragen voor de dokbeurten zijn gebaseerd op de werkelijke uitgaven van de afgelopen jaren.

Het verloop van de voorziening groot onderhoud schepen is als volgt:

2025

2024

(in duizenden EUR)

Stand per 1 januari

8.751

8.720

Bij: dotaties

3.417

3.296

Af: onttrekkingen wegens onderhoud

-2.069

-3.265

Correctie eind balans 2024

-42

Stand per 31 december

10.058

8.751

Hiervan heeft € 2.234.000 een looptijd korter dan 1 jaar en € 7.823.619 een looptijd langer dan 1 jaar en korter dan 5 jaar.

Voorziening egalisatie oplossing FLO

Bij de verzelfstandiging van het Loodswezen in 1988 zijn de op dat moment bestaande backserviceverplichtingen voor de regelingen van Functioneel Leeftijds Ontslag (FLO) voor varend personeel en Functioneel Leeftijds Pensioen (FLP) voor loodsen door de overheid niet af gefinancierd. De toetreding van nieuwe deelnemers tot de FLO- en FLP-regelingen is inmiddels gestopt.

Binnen het Loodswezen is in 1996 gestart met de omslag naar kapitaaldekking. Sinds 2008 stelt de ACM een schema van stortingen en een opslag op de tarieven vast ter financiering van de backservice van de voormalige FLO/FLP regelingen, met als uitgangspunt dat de omslag naar kapitaaldekkingsbasis uiterlijk in 2019 gerealiseerd moest zijn. Inmiddels bedraagt de opslag in de tarieven al enige jaren 0%. De opslag in de loodsgeldtarieven voor FLP werd tot en met 2018 beheerd binnen de Stichting Beroepspensioenfonds Loodsen (BPL). Inmiddels zijn alle FLP-uitkeringen aan FLP-gerechtigden uitgekeerd. De opslag voor FLO werd beheerd door Nederlands Loodswezen B.V.; de FLO-uitkeringen liepen tot en met februari 2025.

In 2019 zijn afspraken gemaakt met het ministerie van IenW over de afwikkeling van de FLO en FLP gelden. Daarin is afgesproken dat een saldo voor FLP en FLO dat resteert, nadat alle uitkeringen zijn voldaan, wordt overgedragen aan de Nederlandse Loodsencorporatie. In 2019 is het resterende saldo FLP daartoe overgedragen aan de Nederlandse Loodsencorporatie en in 2025 zijn alle FLO-uitkeringen afgerond en is ook dit resterende saldo overgedragen aan de NLc.

De ontvangen saldi FLP en FLO worden door de Nederlandse Loodsencorporatie beheerd en verspreid over een aantal jaren terug gegeven via de toekomstige loodsgeldtarieven.

In onderstaand overzicht is het verloop van het egalisatiefonds FLO versus de backservice FLO weergegeven:

Egalisatiefonds FLO

Het verloop van de voorziening egalisatieoplossing FLO is als volgt:

FLO backservice

FLO egalisatiefonds

Totaal 2025

Totaal 2024

(in duizenden EUR)

Stand per 1 januari

2

1.743

1.745

1.717

Uitkeringen

-2

0

-2

-29

Rente

0

0

0

57

Overige mutaties

0

-1.743

-1.743

0

Stand per 31 december

0

0

0

1.745

Het egalisatiefonds FLO:
De in de loodsgeldtarieven in rekening gebrachte opslagen voor FLO waren in dit fonds gedoteerd en jaarlijks werden de FLO-uitkeringen ten laste van dit fonds gebracht. Het saldo van het egalisatiefonds FLO aan het einde van elk jaar representeerde de middelen die feitelijk op dat moment beschikbaar waren voor de financiering van FLO-uitkeringen.

De backservice FLO:

De backservicevoorziening voor FLO was het bedrag dat nodig zou zijn indien de desbetreffende verplichtingen op de desbetreffende datum bij een derde partij (pensioenfonds of verzekeraar) zouden worden ingekocht. Hierbij was voor FLO uitgegaan van de grondslagen zoals deze gelden voor het verzekeringscontract van de pensioenregeling van Nederlands Loodswezen B.V.

Voorziening nieuwe uittrederegeling continu personeel (NUR)

De nieuwe uittrederegeling voor continupersoneel houdt in dat personeelsleden die tenminste 20 jaar werkzaam zijn geweest in een continufunctie onder bepaalde voorwaarden gefaseerd naar hun pensioen kunnen afbouwen met een aanvulling van de werkgever. Deze regeling geldt voor alle werknemers van Nederlands Loodswezen B.V. in een continufunctie. Onderdeel van deze groep vormen ook de varende werknemers die voor 1992 in dienst zijn getreden en die nog aanspraken hadden om met FLO te kunnen gaan. Behoudens een kleine groep werknemers die in 2013 nog met FLO kon gaan, is de nieuwe regeling ook op de ex-FLO gerechtigden van toepassing.

De voorziening voor de nieuwe uittrederegeling wordt actuarieel berekend.

Voor de waardering van de voorziening NUR wordt een inschatting gemaakt voor de kans dat een medewerker deelneemt. Voor alle medewerkers die recht hebben op de NUR van 57 jaar en ouder (plus gepensioneerde ex-medewerkers) wordt jaarlijks een analyse gemaakt door per medewerker inzichtelijk te maken in hoeverre deze medewerker gebruik maakt, gebruik heeft gemaakt of nog gebruik kan maken van de NUR aanvullingen. Op basis van de gemaakte analyse is in de jaarrekening 2025 voor degenen die een keuze hebben gemaakt uitgegaan van de uitkeringen die behoren bij de gemaakte keuzes.

Aangezien de aanvulling voor ex-FLO gerechtigden hoger is dan voor medewerkers die geen FLO aanspraken hebben gehad, wordt de deelnamekans voor beide subgroepen apart berekend.

Voor degenen die nog geen keuze hebben gemaakt is uitgegaan van de deelnamekansen die horen bij de deelnemers die wel een keuze hebben gemaakt in de betreffende subgroep. Dit betekent dat voor de subgroep ‘oud-FLO’ een deelnamekans van 98,2% is toegepast op medewerkers die nog geen keuze hebben gemaakt en dat op de subgroep ‘geen FLO gehad’ een deelnamekans van 88,8 % is toegepast op medewerkers die nog geen keuze hebben gemaakt.

Voor degenen die nog geen keuze gemaakt hebben en waarvoor geldt dat geen volledige aanvulling meer mogelijk is, vanwege het verlopen van rechten of de van toepassing zijnde wachttijd van 6 maanden, is hier ook rekening mee gehouden. De deelnamekans is derhalve toegepast op de ultimo 2025 nog maximaal mogelijke aanvullingen.

Voor de subgroep ‘oud-FLO’ geldt dat alle medewerkers de maximale opbouw van 20 jaar hebben en dat het merendeel van de medewerkers inmiddels een keuze heeft gemaakt en gebruik van de regeling maakt.

Voor de subgroep ‘geen FLO gehad’ geldt dat een deel van de medewerkers minder dan de maximale opbouw van 20 jaar kan bereiken, hetgeen van invloed kan zijn op de te maken keuze. Voorts geldt voor deze subgroep dat een relatief groter aantal deelnemers, die wel een keuze had moeten maken, nog geen keuze heeft gemaakt.

Vanwege het feit dat de subgroep ‘geen FLO gehad’ nog relatief klein is, is er nog slechts een beperkte ervaring opgebouwd over de wijze waarop deze groep hun keuze maakt en weegt de keuze van een klein aantal deelnemers ook relatief zwaar door in de gemiddelde deelnamekans van deze subgroep. Hierdoor bestaat er meer onzekerheid over de deelnamekans in deze subgroep. De komende jaren zal de deelnamekans van deze subgroep worden gemonitord en zal deze naar verwachting, op basis van een toenemend aantal deelnemers, betrouwbaarder en meer exact kunnen worden vastgesteld.

Medewerkers kunnen – binnen de voorwaarden van de regeling – zelf het moment waarop men gebruik van de regeling maakt kiezen. De benodigde voorziening wordt opgebouwd in 20 jaar, voorafgaande aan een richtleeftijd van 59 jaar.

In de berekening van de voorziening is uitgegaan van de sterftetabel: AG 2024 Prognosetafel (leeftijdscorrecties: -1/-1) en het rentepercentage bedraagt 3,67% (benadering marktrente AA+ bedrijfsobligaties per 31 december 2025 op basis van een duratie van 7 jaar).

De mutatie door de gewijzigde rente van 3,13% naar 3,67% bedraagt € -416.639.

De voorziening NUR heeft voor € 1.405.000 een looptijd korter dan 1 jaar, voor € 4.899.000 een looptijd langer dan 1 jaar en korter dan 5 jaar en voor € 5.099.795 een looptijd lager dan 5 jaar.

Grondslagen berekening backservice NUR:

Sterfte: AG 2024 Prognosetafel (leeftijdscorrecties: -1/-1)

Rente: 3,67% (benadering marktrente AA+ bedrijfsobligaties per einde 2025 op basis van een duratie van 7 jaar)

Ontwikkeling deelnemersbestand:

·   Jaarlijkse stijgingen salarissen, loonaanvullingen: 3,0%

·   Carrièrestijgingen (per jaar):

Leeftijd van

Leeftijd tot

Carrière

15

40

3,00%

40

45

2,50%

45

59

1,75%

·   Arbeidsongeschiktheidskansen:

AO-kansen

AO-kansen

Leeftijd van

Leeftijd tot

Man

Vrouw

15

20

0,09%

0,15%

20

25

0,13%

0,23%

25

30

0,21%

0,41%

30

35

0,30%

0,55%

35

40

0,39%

0,66%

40

45

0,49%

0,77%

45

50

0,61%

0,87%

50

55

0,73%

0,99%

55

59

0,87%

1,14%

De arbeidsongeschiktheidskansen zijn alleen van toepassing op de groep 'geen FLO gehad'.

·  Ontslagkansen:

Leeftijd van

Leeftijd t/m

Ontslag

15

34

5,00%

35

39

3,00%

40

44

2,00%

45

59

1,00%

·  Deelnamekans:

De deelnamekansen worden toegepast op medewerkers die nog geen keuze hebben gemaakt.

Groep

Deelnamekans

Oud FLO'ers

98,20%

Geen FLO gehad

88,80%

Opslagen op de voorziening: 0,5% uitkeringsmodaliteit

Opslagen werkgeverslasten:

Opslag als %

Gemaximeerd of excedent

Opslag

IVA/WGA excedent

3,44

AOF Hoog + kinderopvang

8,08

WGA aanvulling

0,38

WGA Eigen Risico

0,72

WW-AWF

2,74

ZVW

6,51

Eindtotaal

21,87

Totaal gemaximeerd

18,43%

Totaal excedent

3,44%

Totaal

21,87%

Tijdsevenredigheidsfactor: Opbouw in (maximaal) 20 jaar tot leeftijd 58 (oud FLO'ers) of 60,5 (geen FLO gehad)

Het verloop van de voorziening nieuwe uittrede regeling continu personeel:

2025

2024

(in duizenden EUR)

Stand per 1 januari

11.701

11.819

Bij: dotatie voorziening nieuwe uittrede regeling continu personeel

878

816

Af: uitkeringen

-1.215

-1.372

Wijziging actuariële veronderstellingen

-311

88

Bij: rentetoevoeging

351

350

Stand per 31 december

11.404

11.701

Voorziening personeelsbeloning lange termijn

In de CAO van het Loodswezen is een jubileumregeling van toepassing. Indien een medewerker een bepaald aantal jaren in dienst is, ontvangt deze medewerker een eenmalige uitkering in aanvulling op het salaris. Voor de in het vooruitzicht gestelde jubileumuitkeringen wordt de contante waarde van de toekomstige jubileum-uitkeringen rekening houdend met de aan de volgende jaren lineair toe te rekenen lasten over de verstreken diensttijd op de balans opgenomen. De voorziening voor de uitkeringen is berekend als de contante waarde van de verwachte jubileumuitkering, rekening houdend met sterfte.

Sterfte: AG 2024 Prognosetafel (leeftijdscorrecties: -1/-1)

Rente: 3,87% (marktrente AA+ bedrijfsobligaties per einde 2025 op basis van een duratie van 9)

Ontwikkeling deelnemersbestand:

·   Jaarlijkse stijgingen salarissen: 3,0% per jaar

Leeftijd van

Leeftijd tot

Carrière

15

40

3,00%

40

45

2,50%

45

59

1,75%

60

0,00%

·   Arbeidsongeschiktheidskansen:

AO-kansen

AO-kansen

Leeftijd van

Leeftijd tot

Man

Vrouw

15

20

0,09%

0,15%

20

25

0,13%

0,23%

25

30

0,21%

0,41%

30

35

0,30%

0,55%

35

40

0,39%

0,66%

40

45

0,49%

0,77%

45

50

0,61%

0,87%

50

55

0,73%

0,99%

55

0,87%

1,14%

·  Ontslagkansen:

Leeftijd van

Leeftijd t/m

Ontslag

15

34

5,00%

35

39

3,00%

40

44

2,00%

45

59

1,00%

60

0,00%

·  Leeftijd uit dienst 67

Het verloop van de voorziening personeelsbeloning lange termijn is als volgt:

2025

2024

(in duizenden EUR)

Stand per 1 januari

948

899

Opbouwlasten

44

53

Uitkeringen in boekjaar

-60

-10

Interestlasten

33

29

Actuariële winsten

-43

-23

Stand per 31 december

922

948

De voorziening heeft betrekking op jubileumuitkeringen en heeft overwegend een langlopend karakter. De mutatie door de gewijzigde markrente van 3,34% naar 3,87% bedraagt € -42.809.

Voorziening langdurig zieken

Voorziening kantoorregeling (Regeling vitaliteitsverlof kantoormedewerkers)

Vanaf 2021 is de vitaliteitsregeling voor kantoormedewerkers verhoogd naar 4% waarvan de extra 2% niet uitbetaald mag worden, maar alleen kan worden aangewend voor opbouw langdurig verlof wat tijdens het dienstverband opgenomen moet worden. De regeling heeft als doel de medewerkers op een verantwoorde wijze tot op hogere leeftijd inzetbaar te houden door parttime te kunnen afbouwen. Daarmee is de regeling mede bedoeld om het risico op mindere inzetbaarheid van de medewerkers voor de organisatie te beperken en ook om doorstroming van jongere medewerkers in kantoorfuncties te bevorderen.

De voorziening is opgenomen tegen de contante waarde. De veronderstellingen sluiten zo veel mogelijk aan met de veronderstellingen uit de voorzieningen voor jubileum, NUR en FLO. De voorziening heeft voor € 0 een looptijd korter dan 5 jaar. Het resterende bedrag van € 601.271 heeft een looptijd van langer dan 5 jaar.

De mutatie door de gewijzigde rente van 3,49% naar 4,08% bedraagt € -48.808.