Veilig en vlot scheepvaartverkeer
Nederlands Loodswezen werkt nauw samen met nautische ketenpartners, waaronder havenbedrijven, havenmeesters en andere dienstverleners. Ook (semi-)overheden zoals Rijkswaterstaat, Douane en het Agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust (MDK) in Vlaanderen zijn gewaardeerde partners. In 2025 haalden we de banden aan met onder meer de Kustwacht en ministeries. Samen zorgden we voor een vlotte en veilige beloodsing van schepen.
Fysieke veiligheid
Veiligheid werd in 2025 officieel opgenomen als doelstelling van de dienstverlening van Nederlands Loodswezen. Het veiligheidsstatement ‘Samen Veilig & Vlot’ verwoordt de ambitie dat iedereen altijd veilig en gezond thuiskomt. De kern van deze aanpak is teamwork, waarbij voor alle medewerkers vier gedragsrichtlijnen gelden: (1) verantwoordelijkheid nemen, (2) kennis en ervaringen delen, (3) feedback accepteren en geven, (4) daadkracht tonen door het goede voorbeeld te geven. Het veiligheidsstatement is opgenomen in de nieuwe missie, visie en strategie.
Sociale veiligheid
Het cultuuronderzoek uit 2023 maakte duidelijk dat de uitvoering en de verwachtingen van het profiel van leidinggevenden binnen onze organisatie onvoldoende duidelijk waren. In 2025 zijn een visie op leiderschap en een gedragsmatrix ontwikkeld. In 2026 gaat een ontwikkelingsprogramma voor leidinggevenden van start. Dit programma ondersteunt leidinggevenden bij hun persoonlijke ontwikkeling, het uitvoering geven aan hun verantwoordelijkheden en dagelijkse werkzaamheden en garandeert een eenduidige uitvoering van relevante regelingen.
Digitale veiligheid
De publieke taak voor een weerbare haven en een haven die 24 uur per dag toegankelijk is, brengt een verantwoordelijkheid met zich mee voor een hoogwaardige digitale beveiliging. In 2025 volgden onze bestuurders trainingen in cyberbeveiliging en veilig informatiebeheer ter voorbereiding op de Europese NIS2-richtlijn voor digitale beveiliging van kritieke entiteiten. Deze richtlijn wordt naar verwachting in 2026 van kracht. Het Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC) ondersteunde ons hierbij.
Ook medewerkers volgden trainingen in het tijdig signaleren en melden van digitale risico’s, zoals computerhacks, phishing en andere sabotagepogingen. Daarnaast onderzocht de werkgroep R&D van de NLc hoe loodsen onafhankelijk van alle digitale systemen de havens in en uit kunnen varen. In 2026 worden nieuwe navigatie ondersteunende middelen (NOM) in gebruik genomen die beter bestand zijn tegen spoofing en jamming.
Ondermijning
Onze zeehavens zijn als toegangspoort tot Nederland en Europa ook kwetsbaar voor criminele activiteiten zoals (drugs)smokkel en fraude. Het ministerie van Justitie en Veiligheid wees in 2025 de havens aan als risicogebied en introduceerde de VOG Havengebied voor de screening van medewerkers op justitiële antecedenten. Varenden in de volcontinue dienst deden mee aan een pilot met deze VOG. Op termijn wil Nederlands Loodswezen het aantal VOG-functies uitbreiden.
Publieke veiligheid
De veiligheid en integriteit van de infrastructuur op zee en in de zeehavens stond in 2025 onder druk door geopolitieke dreigingen. Voorbeelden zijn schepen van de Russische schaduwvloot die bunkeren op de Schelde en door ons opgeleide Russische PEC-houders die zelfstandig van, naar en in onze zeehavens varen. Wij voerden nauw overleg over deze risico’s met partners in de maritieme keten zoals havenbedrijven, de Kustwacht en met het ministerie van Defensie en het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.
Tijdigheid loods aan boord
De Autoriteit Consument & Markt (ACM) heeft voorgesteld een norm voor levertijden te hanteren die is gebaseerd op de gerealiseerde levertijden voor regio’s Noord, Amsterdam-IJmond en Rotterdam-Rijnmond. Vervolgens heeft de ACM een norm voor de levertijden vastgesteld, uitgaande van een gelijkblijvende kwaliteit ten opzichte van voorgaande jaren. Net als voorgaande jaren is voor het boekjaar 2025 geen normpercentage voor regio Scheldemonden (de wetschepen) voorgesteld. Hiervoor is gekozen, omdat meetresultaten van de wetschepen in deze regio beïnvloed kunnen worden door de Scheldevaart, wat een vertekend beeld geeft.
Net als voorgaande jaren is door de geconsulteerde partijen aangegeven dat zij de loodsen eerder aan boord wensen te hebben dan in de regeling staat omschreven. In de ‘Huidige werkwijze’ is de loods al eerder aan boord dan uit de ‘Regeling meldingen en communicatie scheepvaart’ volgt. Doorgaan met de ‘Huidige werkwijze’ is daarom gewenst en Nederlands Loodswezen geeft daar graag invulling aan. Daarom is uitsluitend het voorgenomen kwaliteitsniveau ten opzichte van de tijden van de huidige werkwijze weergegeven. Het is niet logisch een meting te doen ten opzichte van de regeling.
Onderstaande tabel toont het percentage scheepsreizen in 2025 waarbij de loods binnen de normtijd aan boord kwam, afgezet tegen de norm zoals deze met de ACM was afgestemd.
|
Tijd loods aan boord |
||||
|
Norm zoals voorgesteld door ACM |
2025 |
|||
|
Regio |
Aantal reizen |
Aantal loodsen |
||
|
Noord |
3.995 |
18 |
96% |
99,2% |
|
Amsterdam-IJmond |
13.466 |
64 |
94% |
97,0% |
|
Rotterdam-Rijnmond |
50.594 |
224 |
94% |
96,4% |
|
Scheldemonden |
19.573 |
164 |
Geen norm voorgesteld |
95,8% |
|
Totaal (gewogen, inclusief Scheldemonden) |
68.055 |
306 |
94% |
95,8% |
|
Totaal (gewogen, exclusief Scheldemonden) |
87.628 |
470 |
96,7% |
|
Leren van incidenten
Over elk incident en bijna-incident op een schip met een Nederlandse loods aan boord, stelt de loods een verklaring op voor de regionale loodsencorporatie. Het gaat daarbij om alle incidenten en potentieel gevaarlijke situaties waarbij de loods betrokken is geweest tijdens het uitvoeren van zijn loodsdienstverlening.
De oorzaken van dit soort situaties hebben lang niet altijd te maken met het handelen van de loods. Het aantal verklaringen van onze loodsen heeft dan ook geen directe relatie met de kwaliteit van onze dienstverlening. Toch willen we leren van elk incident en daarom registreren we elke melding. De regio’s wisselen hun bevindingen over incidenten en veiligheid uit met de Rijkshavenmeesters. Zij rapporteren op hun beurt aan de minister van Infrastructuur en Waterstaat.
Volgens de richtlijnen voor de classificatie van scheepsongevallen verdelen we incidenten in de categorieën zeer ernstig (ZESO), ernstig (ESO) en minder ernstig (MESO). Daarnaast vermelden we het aantal near misses, situaties waarin niets ernstigs is gebeurd, maar die wel tot een ongeval hadden kunnen leiden. In 2025 werden in totaal 119 near misses gerapporteerd: regio Noord: 10, regio Amsterdam-IJmond: 23, regio Rotterdam-Rijnmond: 80 en regio Scheldemonden: 6.
Incidenten en ongevallen blijven helaas voorkomen in de nautische sector. Loodsen van Nederlands Loodswezen waren in 2025 betrokken bij een ernstig scheepsongeval (ESO) in de Rotterdamse haven. Dit betreft een incident waarbij een inkomende tanker in de maasmond bij mist in aanvaring kwam met een sleepboot die bestemd was voor een ander schip. De sleepboot is hierbij lek geraakt en heeft zichzelf vervolgens uit veiligheidsoverwegingen aan de grond gezet.
Na een rapport van de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV) over een incident met een bijzonder transport in 2024 in de Rotterdamse haven werden in goed overleg met betrokken partijen de aanbevelingen van de OVV opgevolgd en werden bij het Loodswezen de procedures aangescherpt en kregen hun beslag in het nieuwe Handboek Regeling Bijzondere Transporten, die in alle regio’s is geïmplementeerd.
Klachtenregistratie
Gebruikers van onze diensten kunnen een klacht indienen als zij van mening zijn dat de dienstverlening niet naar behoren is geweest. We registreren en beoordelen alle klachten volgens de richtlijnen van International Standards for Maritime Pilot Organizations (ISPO), en zorgen voor de terugkoppeling aan de indiener. Alle klachten leggen we vast, ongeacht of ze gegrond blijken. We hanteren daarbij twee categorieën: klachten over de loods (de dienstverlening aan boord) en klachten over de organisatie (de overige dienstverlening van Nederlands Loodswezen). We gebruiken de klachtenregistratie om onze dienstverlening continu te verbeteren.
|
Tabel aantal klachten |
|||||
|
Regio Noord |
Regio Amsterdam-IJmond |
Regio Rotterdam-Rijnmond |
Regio Schelde-monden |
Totaal |
|
|
Klachten over de loods |
|||||
|
Verkeerd gemeerd |
0 |
0 |
2 |
0 |
2 |
|
Vaargedrag |
0 |
0 |
1 |
2 |
3 |
|
Veiligheid terrein |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
|
Aantal sleepboten |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
|
Communicatie / reisvoorbereiding |
0 |
0 |
3 |
1 |
4 |
|
Totaal klachten over de loods |
0 |
0 |
6 |
3 |
9 |
|
Klachten over de organisatie |
|||||
|
Communicatie |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
|
Loods te laat |
0 |
0 |
3 |
2 |
5 |
|
Overige |
0 |
0 |
3 |
0 |
3 |
|
Totaal klachten over de organisatie |
0 |
0 |
6 |
2 |
8 |
|
Totaal ontvangen klachten |
0 |
0 |
12 |
5 |
17 |
|
Waarvan ongegrond |
0 |
0 |
7 |
0 |
7 |
|
Waarvan gegrond |
0 |
0 |
5 |
5 |
10 |
Tuchtrechtspraak
Er zijn in 2025 geen klachten ontvangen.
Inzet eigen vloot
Nederlands Loodswezen maakt gebruik van eigen vaartuigen en een gehuurde helikopter van NHV Group, de Airbus H145, voor het vervoer van de loodsen van en naar zeeschepen.
Hieronder lichten we de samenstelling, de operationele beschikbaarheid en de eisen aan, en het beheer van de vloot toe:
De vloot van het Loodswezen in Nederland bestaat uit de volgende beloodsingsmiddelen:
Drie loodsvaartuigen (stationsschepen) van gemiddeld twaalf jaar oud. Eén daarvan ligt permanent op zee voor de haven van Rotterdam en een loodsvaartuig ligt op zee buiten de Westerschelde. Daarnaast bezit het Loodswezen een reserveloodsvaartuig. Vanaf de loodsvaartuigen worden schepen met jollen beloodst.
Acht jollen: alle jollen zijn van de P-klasse en zijn gemiddeld ruim twaalf jaar oud.
Twee swath-tenders van gemiddeld twintig jaar oud. In 2016 en 2017 hebben de swath-tenders een midlife docking ondergaan, waarmee de levensduur is verlengd van vijftien naar twintig jaar. In 2024 is de opdracht gegeven voor de bouw van twee nieuwe swath-tenders, die in 2026 worden opgeleverd.
Drieëntwintig tenders: deze tenders bestaan uit zes jetgedreven tenders van de Discovery-klasse van gemiddeld zevenentwintig jaar oud waarvan er één als R&D-vaartuig operationeel is. In 2025 zijn twee tenders van de D-klasse uit de vaart gehaald om te worden verkocht.Verder zijn er tien jetgedreven tenders uit de A- en L-klasse van gemiddeld twaalf jaar oud, twee stalen schroefaangedreven tenders uit de H-klasse van gemiddeld tien jaar oud en vijf jetgedreven tenders uit de M-klasse van gemiddeld twee jaar oud. De jetgedreven tenders zijn niet geschikt om te varen bij ijsvorming op zee. IJsvorming kan voorkomen tijdens winterse omstandigheden in het Waddenzeegebied. De twee stalen schroef-tenders zijn daarom beschikbaar in de noordelijke havens. Uitgangspunt is dat jaarlijks één van de schepen binnen de vloot wordt vervangen.
Eisen aan en beheer van beloodsingsmiddelen
De kwaliteit van de vloot van Nederlands Loodswezen is hoog. In Nederland is de vloot juridisch in eigendom van Loodswezen Materieel B.V. Het Loodswezen stelt hoge eisen aan het onderhoud van zijn materieel en voldoet daarbij ten minste aan de eisen die de ILT (Inspectie Leefomgeving en Transport), de scheepvaartinspectie, fabrikanten en classificatiebureaus aan de beloodsingsmiddelen stellen.
Het Loodswezen hanteert een managementsysteem dat voldoet aan de eisen gesteld in onder meer de International Safety Management-regelgeving (ISM-code van de International Maritime Organization – of IMO) en de internationale ISO 9001-norm. Met deze systemen waarborgt Nederlands Loodswezen de kwaliteit van het beheer van de beloodsingsmiddelen en daarmee de veiligheid van zijn medewerkers en klanten.
De onderhoudswerkzaamheden voor onze vloot zijn gericht op het waarborgen van de technische inzetbaarheid, betrouwbaarheid en veiligheid van de schepen. Het onderhoudsmanagementsysteem toont in 2025 geen grote achterstanden. De vaartuigen zijn onderhevig aan technische inspecties door classificatiebureaus. Er zijn geen grote afwijkingen geconstateerd.
Operationele beschikbaarheid eigen vloot
|
Operationele beschikbaarheid van de vloot |
||
|
Inzetgebied |
Vaartuigen |
Gem. 12 mnd in % |
|
Noord-Eemshaven |
2 tenders |
97,56 |
|
Noord-Harlingen |
1 tender |
100,00 |
|
IJmond-Den Helder |
1 tender |
100,00 |
|
IJmond-Ijmuiden |
2 tenders |
99,58 |
|
Rotterdam-Rijnmond |
1 loodsvaartuig |
99,99 |
|
3 tenders |
100,00 |
|
|
Scheldemonden |
1 loodsvaartuig |
100,00 |
|
2 swaths |
53,69 |
|
|
2 tenders |
100,00 |
|
|
swath/tender combi |
95,75 |
Om aan de capaciteitsvraag van vijftien tenders te kunnen voldoen, zijn zeventien tenders nodig. Maar met het toenemen van levertijden, het ouder worden van de vaartuigen en de beschikbaarheid van materialen en mensen lijken zeventien tenders niet voldoende. Vanaf 2024 is, met het in de vaart nemen van de nieuwe tenders in de M-klasse, ook gestart met het uit de vaart nemen van de oude tenders in de D-klasse. Eén tender in de Discoveryklasse wordt aangehouden (de Enterprise) voor innovatieprojecten. Deze tender telt niet mee in de operationele beschikbaarheid.
Helikopter
Naast bovenstaande beloodsingsmiddelen maakt het Loodswezen gebruik van een (gehuurde) helikopter. In Nederland maken we in de volgende situaties gebruik van helikopterdiensten:
als de kapitein hier expliciet om vraagt;
bij zogenaamde geul (rendez-vous) reizen;
bij reizen met LNG-tankers (LNG beloodsingspunt Rotterdam-Rijnmond);
bij een stormbeloodsing (als de loods niet op conventionele wijze aan boord kan komen).
In 2025 zijn in totaal 1.054 scheepsreizen beloodst met 638 helikoptervluchten (aantal beloodste reizen 2024: 1.362). Een combinatie van de huidige vloot, de inzet van de helikopter en het loodsen op afstand (LOA) leidt ertoe dat de Nederlandse zeehavens nagenoeg onder alle omstandigheden bereikbaar zijn.
Opbouw van het loodsenkorps in ervaringsjaren
In Nederland zijn in totaal 470 loodsen ingeschreven per 31 december 2025 (31 december 2024: 467). De verdeling over het aantal ervaringsjaren laat zich als volgt weergeven:
|
Het aantal loodsen per '5-jaars' ervaringsblok |
2025 |
|||||
|
0-5 jaar |
6-10 jaar |
11-15 jaar |
16-20 jaar |
> 20 jaar |
Totaal |
|
|
Aantal loodsen |
86 |
57 |
81 |
135 |
111 |
470 |
|
In percentage van korps |
18,30% |
12,13% |
17,23% |
28,72% |
23,62% |
100,00% |
De ervaring van loodsen zorgt voor veilig en vlot scheepvaartverkeer. Om in de toekomst te kunnen beschikken over de benodigde formatie om het aanbod van scheepvaartverkeer veilig, vlot en tijdig te kunnen beloodsen, wordt in de meerjarenbegroting een prognose gemaakt van de verwachte scheepsreizen. Deze wordt afgezet tegen de ontwikkeling van de formatie van gekwalificeerde loodsen. Dit is weergegeven in onderstaande grafiek.
|
TV2026 |
2027 |
2028 |
2029 |
|
|
Formatie (gemiddeld aantal loodsen betreffende jaar) |
471 |
475 |
476 |
477 |
|
Geraamd aantal reizen (Ecorys) |
88.580 |
88.996 |
89.882 |
90.021 |
|
Gemiddeld aantal reizen per loods |
188,03 |
187,56 |
188,95 |
188,76 |
|
Aantal loodsen in opleiding (OTR:MMP) |
23 |
25 |
23 |
27 |